Digibeet 2.0

Het lot, lichamelijke aftakeling en de vooruitgang, niemand ontkomt eraan. ICT-geletterdheid, media-wijsheid en een online presence zijn voor jong en oud onontbeerlijk om vandaag de dag redelijkerwijs te kunnen functioneren. Logisch dan ook dat mijn werkgever, een hogeschool in het noorden van het land, van haar docenten verlangt niet achter te blijven. De kloof tussen hen en de hedendaagse student, de millennial, mag natuurlijk niet te groot worden. Daarom is, na het eerdere digitale rijbewijs, nu de competentie digitale didactiek in het leven geroepen en iedere docent wordt geacht hierin zijn of haar niveau aan te tonen.

Nu werk ikzelf al vijftien jaar op een ICT opleiding en om eerlijk te zijn heb ik me nogal verbaasd over het feit dat docenten in dergelijke domeinen óók moeten bewijzen dat zij competent zijn op het gebied van ‘digitale didactiek’. Als deze vaardigheid van een bepaalde categorie docenten verwacht mag worden, dan toch vooral van hen. Maar goed, in het kader van kwaliteitsbewaking en professionalisering ben ik best bereid om ook door dit hoepeltje te springen. Ik heb me dan ook wat georiënteerd in dit specifieke thema en een aantal goedgekeurde portfolio’s van collega’s mogen inzien. Ik zag schermafdrukken van Facebook-posts, websites en e-mailberichten. Beschrijvingen van computers en apparatuur, foto’s van firewire-kabels en USB-sticks. Linkjes naar netwerksites, profielpagina’s en andere online communities. Hier en daar zelfs een Powerpoint of Keynote. Prima. Doen we dat. Want ook ik werk met digitale feedback op ons intranet, kan overweg met logge studentvolgsystemen en onbegrijpelijke urenregistratie software. Ik mail, app, sms en snapchat met familie, collega’s en studenten. Mijn lessen en presentaties worden altijd ondersteund door audiovisueel materiaal (ik vermijd slides met veel tekst en gebruik nooit meer dan 5 bullets per pagina) en hier en daar plaats ik zelfs een grappig GIFje – u weet wel: het 8-bit pixelbestand uit de jaren negentig dat na het verlopen van het Unisys-octrooi in 2003 weer sterk in populariteit is gegroeid.

Maar ik wijd uit, terug naar mijn digitale didactische skills en portfolio – waar zal ik beginnen? Ik kom nog uit de tijd dat je in WordPerfect op F9 moest drukken om een font te selecteren en Adobe Illustrator nog geen WYSIWYG [1] interface had, dus u zult begrijpen dat de voorraad ervaring waar ik uit kan putten behoorlijk is. In mijn professionele leven voordat ik docent werd heb ik tientallen cd-roms, websites en andere digitale communicatie ontworpen, voor zowel artistieke, commerciële en educatieve toepassingen. Zal ik het hebben over de minor die ik heb ontwikkeld met een platform dat zowel als intern communicatiekanaal als extern portfolio ten behoeve van acquisitie functioneerde? Of, iets luchtiger, dat ik studenten stimuleer om toch vooral dagelijks BeterSpellen te spelen of mij uit te dagen voor WordFeud om hun taalvaardigheid te vergroten? Misschien een registratie van een mentorgesprek via Skype als binnenkomer om daarna groots uit te pakken met innovaties als virtual of augmented reality en dat ik Keynote via mijn iPhone kan bedienen?

Stop. Even terug naar mijn dagelijkse praktijk, waarbij ik continu werk met de hedendaagse student. Die zogenaamde digital native die ik niets meer hoef te vertellen over online media gebruik, interactieve communicatie of digitaal multitasken. Toch? De realiteit is echter een stuk weerbarstiger. Zo is het erg ‘hip’ om laptops en smartphones toe te laten in de collegezaal, zodat er aantekeningen gemaakt kunnen worden. In de praktijk echter gaat dit ten koste van de concentratie en interactie en beklijven deze digitale notities veel minder goed dan wanneer met de hand geschreven. Dit fenomeen is trouwens al langere tijd zichtbaar in bijvoorbeeld de vergaderzaal, waar menig collega tijdens de rondvraag toch vooral zijn e-mailachterstand aan het wegwerken is op z’n iPad. Over iPads gesproken, het experiment van Maurice de Hond, de zogenaamde Steve Jobs scholen waarbij alle leermiddelen werden vervangen door iPads, is jammerlijk mislukt [2]. Dat zou eigenlijk niet als een verrassing mogen komen: juist Steve Jobs verbood zijn kinderen het gebruik van iPads binnenshuis [3] en stuurde ze naar ‘goede’ scholen waar werd gewerkt met schriften en boeken.

Ik had het over e-mail, misschien wel de grootste misdaad van de digitale revolutie… E-mail werkt contraproductief en desocialiseert. Veel mail is totaal niet relevant, denk maar even aan de vele cc-tjes die we dagelijks ontvangen – om over phishing en viagra nog maar te zwijgen. Daarnaast schept mail een fysieke en emotionele afstand. Studenten die nota bene bij mij in het lokaal zitten sturen liever een mailtje om een afspraak te maken, dan dat ze even bij me langs komen! Ook in hun communicatie naar externen is het sturen van een e-mail vaak de enige vorm; een telefoongesprek voeren doet bijna niemand meer, liever stuurt men een Whatsappje in de hoop dat daarmee de kous af is.

Er zijn echter heel wat ruzies ontstaan en goede huwelijken gesneuveld door verkeerd geïnterpreteerde tekstberichten. De kracht van non verbale communicatie bij intermenselijk contact kan niet worden onderschat. Een gefronste wenkbrauw, een flauwe glimlach, daar kan geen smiley tegenop. Ik roep dan ook vooral op om mínder te mailen en elkaar vooral IRL [4] te treffen. Misschien kunnen we weer eens een echt gesprek voeren.

Een ander overschat modern fenomeen is de social media. Facebook, Twitter, Instagram – en ik vergeet ongetwijfeld een aantal hippe nieuwe startups in dit rijtje – zijn alles behalve sociaal. Het zijn oppervlakkige ego-gerichte tools die enerzijds narcisme en zelfbedrog in de hand werken en anderzijds een anoniem platform bieden om straffeloos te bashen, bully-en en bedreigen. In dat rijtje horen trouwens ook sites als Geenstijl en Dumpert thuis waar publiekelijk mensen aan de schandpaal worden genageld en racisme en seksisme eerder regel dan uitzondering zijn. Tegelijkertijd worden deze platforms veelvuldig door studenten bezocht en vormen ze naast nu.nl vaak hun enige bron voor nieuwsgaring of opinievorming.

Moet ik nog iets zeggen over duurzaamheid? Het feit dat we in dit digitale tijdperk minder papier gebruiken betekent helaas niet dat we zuiniger of bewuster met energie en grondstoffen omgaan. Integendeel. Het kijken naar twee afleveringen House of Cards via Netflix schijnt net zo milieubelastend te zijn als 150 kilometer autorijden. Het energieverbruik gemoeid met het wereldwijde dataverkeer, 416 terawatt, is hoger dan het totale verbruik in Groot-Brittannië en de verwachting is dat dit de komende 10 jaar gaat verdrievoudigen[5]. Lithium, de grondstof die nodig is voor de batterijen in onze laptops en smartphones, is een ernstige vervuiler en de arbeidsomstandigheden in de lithium-mijnen[6] zijn ronduit erbarmelijk.

Ik wil me derhalve sterk maken voor het -digitaliseren van het onderwijs en bestempel mijzelf bij dezen als Digibeet 2.0. Niet e-mailen als je ook iemand kunt opzoeken. Minder achter het beeldscherm, maar vooral werken met papier. Niet typen, wel schrijven. Geen Facebook, maar een goed boek. De verplichte invoering van een laptop-vrije dag. Meer aandacht voor media-ethiek en –bewustzijn. Misschien is dat wel het belangrijkste tegengeluid dat we kunnen geven in deze snelle, oppervlakkige, digitale tijd: Bewust. Zijn. Ook in het onderwijs.

unplug
Photo: https://www.theodysseyonline.com/live-in-the-moment-simply-unplug

 

POST SCRIPTUM

Natuurlijk heb ik erg in dubio gezeten over de vorm waarin bovenstaande tekst het beste aangeleverd kon worden. Het voelt op zijn zachts gezegd nogal dubbel om enerzijds een tirade te houden over de keerzijde der digitalisering en toch anderzijds deze wel online als blog te publiceren. Ik had wellicht moeten kiezen voor een handgeschreven brief, en deze door een echte postbode laten bezorgen… Maar laat er geen misverstand over bestaan: ik zie ook de vóordelen van web en social media. Het bereik (en hopelijk ook het effect) van dit schrijven is online natuurlijk vele malen groter dan wanneer het slechts door één ontvanger gelezen zou worden. Een kwestie dus van ‘het doel heiligt de middelen’.

Bronnen en voetnoten:

[1] Acroniem: What You See Is What You Gethttps://nl.wikipedia.org/wiki/Wysiwyg
[2] http://www.volkskrant.nl/binnenland/onderwijsrevolutie-maurice-de-hond-hapert-helft-betrokken-steve-jobsscholen-haakte-af~a4499816/
[3] https://www.nytimes.com/2014/09/11/fashion/steve-jobs-apple-was-a-low-tech-parent.html?mcubz=2&_r=0
[4] In Real Life – In het ‘echt’, zoals voor 2004, toen Facebook werd gelanceerd, te doen gebruikelijk was.
[5] http://www.independent.co.uk/environment/global-warming-data-centres-to-consume-three-times-as-much-energy-in-next-decade-experts-warn-a6830086.html
[6] https://downtoearthmagazine.nl/kobalt-uit-congo-is-populair-smerig-en-valt-buiten-eu-voorstel-verantwoorde-mijnbouw/